Alle positieve signalen ten spijt, laat de economische crisis zich steeds meer voelen bij de consument. Bij Intrum Justitia merken we dit duidelijk aan de enorme stijging van het aantal nieuwe collectieve schuldenregelingen. Over heel 2010 noteerden we 222% meer gevallen van consumenten die in de collectieve schuldenregeling zitten ten opzichte van 2009… Allemaal mensen die ten einde raad in de procedure van collectieve schuldenregeling gestapt zijn.
Steeds meer consumenten hebben geen zicht meer op hun inkomsten en uitgaven en gaan gebukt onder een steeds groter wordende schuldenberg. Maar liefst 364.309 Belgen hebben problemen met het afbetalen van 1 of meerdere kredieten. Als laatste reddingsboei kunnen consumenten een verzoekschrift indienen bij de Arbeidsrechtbank tot het verkrijgen van een collectieve schuldenregeling.
In de procedure wordt er een beroep gedaan op een schuldbemiddelaar, die in samenspraak met alle schuldeisers een aanzuiveringsregeling voorstelt. Het aantal mensen met een collectieve schuldenregeling stijgt elke maand. Vandaag, net voor de feestdagen, blijkt uit de cijfers van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren dat reeds meer dan 86.502 Belgische consumenten een aanvraag tot collectieve schuldbemiddeling hebben ingediend.
De draagwijdte en impact van de collectieve schuldenregeling op deze schaalgrootte is niet te onderschatten. Bedrijven zien niet alleen het aantal niet-betaalde facturen flink stijgen, maar de procedure van collectieve schuldenregelingen kent ook een zware administratieve kost voor opvolging die in vele gevallen het bedrag van de initiële vordering overschrijdt. Bedrijven die leveren aan of werken voor de consumentenmarkt maken zich ernstig zorgen over de onrustwekkende stijging van collectieve schuldenregelingen en bevestigen onze bevindingen.
En jammer genoeg is er niet alleen de economische kost, er is tevens een belangrijke maatschappelijke kost: de dossiers van collectieve schuldenregeling zorgen automatisch ook voor een aanzienlijke verhoging van de werkdruk bij OCMW’s, schuldbegeleiders en (arbeids)rechtbanken.
Door de lange looptijd van deze aanzuiveringsregelingen loopt ook hierdoor de administratieve kost voor alle betrokken partijen flink op. De rechtbanken hebben het al moeilijk om de werkdruk bij te houden en het aantal invorderingen van onbetaalde facturen via gerechtelijke weg is sterk stijgend (o.a. als gevolg van de wetswijziging van april 2009 inzake minnelijke invordering, waardoor gerechtsdeurwaarders en advocaten nog sneller opteren voor invordering via gerechtelijke weg).
De recent aangekondigde databank voor de centralisering van gegevens over onder andere collectieve schuldenregeling kan de werkdruk en de kosten voor justitie verlagen, maar dit verandert uiteraard niks aan het steeds stijgend aantal dossiers.
Hoe kunnen we dit soort situaties vermijden? Ook hier geldt de gulden regel: voorkomen is beter dan genezen. Er is nood aan meer aandacht voor een curatief beleid waarin ruimte is om de consument te behoeden voor overkreditering. Recent trad bijvoorbeeld een nieuwe regeling voor kredietfaciliteiten gekoppeld aan een zichtrekening in werking. Die maakt het mogelijk om vanaf 1 december 2010 bankrekeningen te blokkeren waarvan het saldo langer dan een maand in het rood blijft. Dergelijke maatregelen, aangevuld met duidelijkere informatie, zijn initiatieven die het verschil kunnen maken.
Het is belangrijk om consumenten veel meer en beter te behoeden voor schuldenoverlast, zodat minder mensen effectief in de problemen komen. De nieuwe wetgeving op het consumentenkrediet is alvast een stap in de goede richting. Maar voor de volgende federale regering is hier nog heel wat werk aan de winkel.
Daarnaast is het noodzakelijk om een goed sociaal vangnet te hebben voor consumenten die in een uitzichtloze situatie belanden, maar een vereenvoudiging en herziening van de procedure collectieve schuldenregeling is duidelijk in het belang van alle partijen en dringt zich op, gelet op de groei van - en het aantal nieuwe - collectieve schuldenregelingen.